Interview met Gilles Cremers


Image
Gilles Cremers (20) studeert Bestuurskunde aan de UGent. Als derdejaars bachelorstudent liep hij drie maanden stage bij IDEA Consult. Hij onderzocht in welke mate lokale besturen moesten besparen bij het opstellen van het meerjarenplan 2026-2031 en hoe ze zo’n uitdaging aanpakten. We hadden een gesprek met Gilles over zijn eerste stappen in onderzoek en consultancy.

Dag Gilles, kun je jezelf kort voorstellen en vertellen hoe je bij IDEA terecht kwam voor jouw stage?

Bij de keuze van een stageplek was ik meteen gecharmeerd door het boeiende snijvlak waarop IDEA werkt: recente inzichten uit onderzoek omzetten in concreet en bruikbaar advies aan organisaties. IDEA heeft aan de UGent ook een uitstekende reputatie als stagebegeleider te bieden – iets wat ik aan het einde van mijn stage zeker kan beamen.  Mijn stagebegeleiders, Bart Van Herck en Jolijn De Roover, hielden mij op het rechte pad, daagden me uit en gaven constructieve kritiek.

Wat hield je stage concreet in?

Ik deed onderzoek naar besparingen binnen de lokale besturen naar aanleiding van het meerjarenplan 2026-2031. We zijn vertrokken vanuit een survey bij alle financieel directeurs (FD’s). 104 ervan hebben gereageerd en met 23 FD’s kon ik vervolgens een dieptegesprek hebben over waarom zij moesten besparen, hoe zij tot keuzen zijn gekomen en hoe zij bouwen aan een draagvlak. In een klankbordsessie met leden van VVSG, ABB, VloFin en een aantal FD’s van lokale besturen kon ik mijn bevindingen aftoetsen.

Je onderzocht besparingen bij Vlaamse steden en gemeenten. Hebben veel besturen daar mee te maken?

Zeer veel. Uit de survey kwam naar voor dat ongeveer 4 op de 5 lokale besturen de opmaak van het meerjarenplan een meer uitdagende oefening vond dan in de voorgaande legislaturen.

Wat waren de belangrijkste resultaten en inzichten uit jouw onderzoek?

Plannen op lokaal niveau is niet evident, met zoveel onzekerheden. Inflatie, wisselende subsidies, stijgende personeelskosten en nieuwe regelgeving maken financiële planning complexer dan ooit. Dat dwingt besturen om te werken met scenario’s en buffers. Er komt zoveel op de lokale besturen af, dat besparen een structurele opgave is geworden, die elke legislatuur zal terugkeren.

Maar de financiële druk heeft ook een positieve kant. Ze dwingt besturen om kritisch naar hun eigen werking te kijken: welke dienstverlening is essentieel, en wat is minder prioritair? En misschien is dat net de belangrijkste winst: besturen gaan bewuster om met de publieke middelen.

Wat kunnen lokale besturen met jouw werk?

Besturen kunnen uit mijn gesprekken leren welke aanpakken werkten, waar collega-besturen tegenaan liepen en wat beter anders aangepakt wordt in de toekomst. Het rapport sluit af met een reeks praktische aanbevelingen. Eentje wil ik graag delen: zorg dat consultatie meer is dan een formaliteit: ga voor, tijdens én na de keuzes in een goed gevoerde dialoog met de interne en externe stakeholders.

Wat zal je het meeste bijblijven uit jouw stage?

Op academisch vlak ongetwijfeld de kunst om een boodschap helder en bondig over te brengen.

Hierover heb ik een leuke anekdote van aan het begin van mijn stage. Toen ik een LinkedIn-post opstelde om respondenten aan te schrijven voor het onderzoek, herinner ik me dat Bart en Jolijn mijn tekst tot een derde konden herleiden met inhoudelijk dezelfde boodschap. De toon was direct gezet.

Wat mij op menselijk vlak zal bijblijven is het contact met de collega’s. De fijne babbels in het park, aan het koffieapparaat of aan de eettafel. Niet alleen een leerrijke, maar ook een aangename stage, dus.