Evaluatie en toekomstverkenning toegankelijkheidslabel A/A+
Projectleider:
David Nassen
IDEA Consult evalueerde in opdracht van Toerisme Vlaanderen het toegankelijkheidslabel A en A+ en verkende hoe het beleid rond toegankelijkheidsinformatie toekomstgericht kan worden vormgegeven.
De uitdaging
De centrale vraag binnen deze studie gaat verder dan de evaluatie van het A/A+-label: hoe kan Toerisme Vlaanderen betrouwbare toegankelijkheidsinformatie verzamelen, beheren, controleren en ontsluiten? Hoe kunnen toeristische aanbieders worden gestimuleerd om hun toegankelijkheid verder te verbeteren? En welke rol kan een kwaliteitslabel daarin opnemen?
Toegankelijk toerisme is al meer dan twintig jaar een structureel onderdeel van het toerismebeleid in Vlaanderen. Sinds 2008 gebruikt Toerisme Vlaanderen het toegankelijkheidslabel A en A+ voor logies, toeristische infokantoren en bezoekerscentra. Het label geeft bezoekers een eerste indicatie van de toegankelijkheid van een locatie en stimuleert aanbieders om te investeren in toegankelijkheid.
Sinds de introductie van het label is de context sterk veranderd. Toegankelijkheid is breder dan fysieke toegankelijkheid alleen, reizigers verwachten meer concrete en gepersonaliseerde informatie en digitalisering verandert de manier waarop toeristische informatie wordt gezocht, verzameld en gedeeld. Ook de digitale infrastructuur achter het label veranderde door het stopzetten van de databank Toegankelijk Vlaanderen eind 2025.
Tegen die achtergrond voerde IDEA Consult, in opdracht van Toerisme Vlaanderen, een grondige evaluatie uit van het toegankelijkheidslabel A en A+ en keek daarbij tegelijk vooruit. We bekeken het label niet als een afzonderlijk instrument, maar als onderdeel van een breder ecosysteem van toegankelijkheidsinformatie, ondersteuning van aanbieders, digitalisering, databeheer en samenwerking.
Aanpak en resultaat
We kozen voor een aanpak die evaluatie en toekomstverkenning bewust met elkaar verbond. We brachten niet alleen in kaart hoe het bestaande systeem functioneert, maar onderzochten ook hoe maatschappelijke en technologische ontwikkelingen de verwachtingen rond toegankelijkheidsinformatie veranderen. Daarbij bekeken we het vraagstuk steeds vanuit drie perspectieven: gebruikers, toeristische aanbieders en beleid.
De ervaringen en noden uit de praktijk stonden centraal in het traject. Via focusgroepen, aanvullende bevragingen en een werksessie over het labelproces brachten we verschillende perspectieven samen. Die inzichten confronteerden we met eerder onderzoek, relevante trends en een internationale benchmark van acht systemen en praktijken rond toegankelijk toerisme. Zo konden we de aanpak van Toerisme Vlaanderen niet alleen vanuit de bestaande werking van het label beoordelen, maar ook plaatsen tegenover andere manieren om toegankelijkheidsinformatie te verzamelen, te controleren en te ontsluiten, en tegenover verschillende manieren waarop een toegankelijkheidslabel daarin een rol kan spelen.
De verschillende inzichten kwamen samen in een SWO-ART-analyse, die de brug vormde van evaluatie naar toekomstverkenning. Van daaruit ontwikkelden we vier toekomstscenario’s voor de verdere ontwikkeling van het systeem. Deze werden via expertgesprekken en een klankbordgroep met gebruikers, aanbieders en beleidsactoren verder aangescherpt en getoetst.
Het traject resulteerde zo in een onderbouwde basis voor toekomstige beleidskeuzes, met verschillende ontwikkelrichtingen en beleidsaanbevelingen rond toegankelijkheidsinformatie, ondersteuning van aanbieders en de mogelijke rol van een kwaliteitslabel.


