Er zaten eens vijfentwintig consultants in de opera.


Image
Toegegeven, het klinkt als het begin van een (wat vreemde) mop, maar niets is minder waar.

Op een druilerige novemberavond liet het IDEA-team haar post-it’s, PowerPoints en beleidsrapporten achter in de coulissen van het consultancyleven voor een avond in De Munt. Heel wat collega’s tekenden present voor enkele uren in het rode pluche van de Brusselse schouwburg – opera-leken, liefhebbers én doorwinterde fans. Terecht, zo bleek, want de voorstelling was een voltreffer.

‘Ali’ vertelt het waargebeurde verhaal van Ali Abdi Omar, die overigens zelf aan deze productie meewerkte. Als kind ontkomt hij aan de terreur in zijn Somalische thuisland via de enige route die voor hem openligt: een duizelingwekkende Odyssee van de Hoorn van Afrika naar het hart van Europa. Onderweg, te midden van geweld, ontbering en onzekerheid, vindt hij onverwachte vormen van solidariteit. Vriendschappen worden levenslijnen, hoop een stille metgezel. Pas na twee jaar bereikt hij Brussel-Zuid. Helemaal alleen. Het is 2019. Ali is veertien.

Regisseur Ricard Soler Mallol goot deze tocht in een opera die de geopolitieke breuklijnen van vandaag scherp blootlegt, en heel wat IDEA-collega’s naar de keel greep. Met een glas in de hand deelden we waar woorden tekortschoten: dit was een voorstelling die onder de huid is gekropen, en vandaag nog steeds nazindert.

 

©Pieter Claes